direct naar inhoud van 3.1 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Woning Hofstraat ong. Maasbracht
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1641.BPL042-VG01

3.1 Cultuurhistorie en archeologie

3.1.1 Cultuurhistorie

In de directe nabijheid van het plangebied, aan de Hofstraat 25, is het rijksmonument Mispadenhof gelegen.

3.1.2 Archeologie

In 2006 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht geworden. Het
uitgangspunt is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats
waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische
waarden niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke
ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische
verwachtingswaarde en in beschermde stads- en dorpsgezichten, AMK-gebieden en niet gekarteerde gebieden, een nader onderzoek plaatsvinden naar die archeologische waarden in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase.

Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen. In het kader hiervan dient een gemeente ruimtelijke planvorming te toetsen op archeologische waarden. Indien potentiële archeologische waarden worden verstoord, dient hier nader onderzoek naar te worden verricht.

Om aan voornoemde eis te voldoen is door ArcheoPro een archeologisch rapport met nummer 11069 (d.d. januari 2012) opgesteld.

Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend/karterend booronderzoek

Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern van Maasbracht, op de overgang van het laat-pleniglaciale dalvlakteterras naar de holocene rivierdalbodem. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.

Veldonderzoek

Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te maken zijn binnen het plangebied twaalf boringen gezet met behulp van een zandguts en een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Hiermee is een zeer hoge boordichtheid van 75 boringen per hectare gerealiseerd. Aanvullend is op het westelijke deel van het terrein een oppervlaktekartering verricht.

Resultaten veldonderzoek

Uit de resultaten onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied in tegenstelling tot de verwachting volgens de bodemkaart niet uit een hoge bruine enkeerdgronden maar uit een diep ontwikkelde holtpodzol bestaat die zich in sterk lemige zandafzetting van het laagpakket van Wijchen heeft gevormd. Deze bodem is afgezien van de ploegvoor niet verstoord. Tijdens de oppervlaktekartering en het booronderzoek zijn ondanks de zeer hoge boordichtheid geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Conclusie

Hierdoor lijken er binnen het plangebied geen resten van voormalige bewoning aanwezig te zijn en kan de archeologische verwachting ten aanzien van nederzettingscomplexen worden teruggebracht naar laag. De resultaten van het intensieve karterend onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek, door middel van proefsleuven, te adviseren.

In verband met bovenstaande bevindingen werd het plangebied bij brief gemeente Maasgouw d.d. 24 januari 2012, met kenmerk UIT/31323, voor de voorgenomen ontwikkelingen vrijgegeven.

In alle gevallen geldt dat indien archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze gemeld dienen te worden bij de gemeente Maasgouw, conform Monumentenwet 1988, laatste wijzing van 1 september 2007, paragraaf 7, artikel 53 en verder.

Het archeologisch rapport en de reactie van de gemeente Maasgouw zijn als bijlage 1 en 2 bijgevoegd.