Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Brede School Maasbracht
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1641.BPL039-VG01

Artikel 9 Algemene bouwregels

9.1 Algemene bepalingen mb.t. geluidsgevoelige bestemmingen en of functies
 
Bij de realisering van de in dit bestemmingsplan toegelaten geluidsgevoelige bestemmingen en/of functies moet door middel van een akoestisch onderzoek worden aangetoond, dat de geluidsbelasting op de gevel niet hoger is dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder.
 
Voor alle bebouwing geldt dat als de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde geluidsgevoelige bestemmingen en/of functies alleen mogen worden gerealiseerd, als voldaan wordt aan de van toepassing zijnde vastgestelde Hogere waarden en de daarin opgenomen eisen. Daar waar de akoestische belasting meer bedraagt dan de maximale ontheffingswaardeworden worden akoestische maatregelen getroffen. Hieronder wordt o.a. verstaan:
  • het akoestisch gunstig indelen van de gebouwen; 
  • het voorzien van de geluidgevoelige ruimten van een dove gevel;
  • het realiseren van een gebouwgebonden geluidafscherming.
9.2 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
9.2.1 Ondergrondse werken
 
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
9.2.2 Ondergrondse bouwwerken
 
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:
  1. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil;
  2. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van rioolwaterbuffers die ook buiten het bouwvlak mogen worden opgericht;
  3. zowel onder bestaande bebouwing als buiten bestaande bebouwing zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, evenwel met inachtname van het gestelde onder 9.2.2 sub b;
  4. in aanvulling op het bepaalde in sub b en c is maximaal 1 niet - overdekt zwembad per bouwperceel toegestaan, onder de volgende voorwaarden:
    1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel van de woning of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens;
    2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor (bij)gebouwen als bedoeld in artikel 6.2 in acht wordt genomen;
    3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
  5. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen uitsluitend mede in aanmerking genomen als de ondergrondse bouwwerken zich buiten de bestaande bebouwing bevinden.
9.2.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning af laten wijken van het bepaalde in 9.2.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat:
  1. de waterhuishouding niet wordt verstoord;
  2. de waterwinningen en de grondwaterbescherming niet wordt verstoord;
  3. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
9.3 Ondergeschikte bouwdelen
 
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
9.4 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
9.4.1 Maximale maatvoering
 
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
9.4.2 Minimale maatvoering
 
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
9.4.3 Heroprichting
 
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.4.1 en 9.4.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.