Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Brede School Maasbracht
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1641.BPL039-VG01

Artikel 6 Woongebied

6.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wonen;
  2. tuinen en erven;
  3. parkeervoorzieningen;
  4. wegen en paden;
  5. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen;
  6. voorzieningen van algemeen nut;
  7. groenvoorzieningen;
  8. voet- en fietspaden;
  9. speelvoorzieningen.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen
 
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel.
6.2.2 Hoofdgebouwen
 
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’;
  2. het hoofdgebouw op het bouwperceel mag worden opgericht als geschakelde woning, levensloopbestendige woning, halfvrijstaande woning of vrijstaande woning;
  3. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 3 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens;
  4. de maximale diepte van een hoofdgebouw bedraagt 12 meter bij twee-aaneengebouwde, geschakelde en aaneengebouwde woningen en maximaal 15 meter bij vrijstaande woningen;
  5. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt:
    1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden;
    2. bij twee-aan-een gebouwde, geschakelde en eindwoningen 3 meter aan één zijde;
  6. het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' is aangegeven;
  7. indien de woning wordt afgedekt met een kap bedraagt de dakhelling minimaal 30° en maximaal 60°.
6.2.3 Bijgebouwen en overkappingen
 
Voor het bouwen van bijgebouwen, opstallen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
  1. de maximale goothoogte bedraagt 3,30 meter;
  2. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 meter;
  3. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt:
 
totale oppervlakte per bouwperceel

maximaal gezamenlijke oppervlakte
tot 250 m2
70 m2
van 250 tot 500 m2
80 m2
van 500 tot 750 m2
90 m2
van 750 tot 1000 m2
100 m2
van 1000 m2 en meer
130 m2
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
 
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 meter mag bedragen;
  2. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter, met uitzondering van openbare verlichting en vlaggenmasten, die een maximale bouwhoogte hebben van 8 meter.
6.3 Nadere eisen
 
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen
van de bebouwing:
  1. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  3. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  4. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  5. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
6.4 Afwijken van de bouwregels
 
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 sub a voor het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens ten behoeve van de bouw van portalen, entrees en erkers, mits de oppervlakte niet meer dan 6 m² bedraagt, de hoogte maximaal 3 meter bedraagt en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
6.5 Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Aan huis gebonden beroepen
 
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen in woningen, is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd;
  2. er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu;
  3. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het karakter van de woning en de woonomgeving;
  4. de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed;
  5. het oppervlak dat voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m²;
  6. de uitoefening van huis gebonden beroepen is alleen toegestaan in de tussen de voor- en achtergevellijn gelegen bebouwing.
6.5.2 Strijdig gebruik
 
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. afhankelijke woonruimte;
  2. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft;
  3. een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn;
  4. consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten;
  5. kamerbewoning;
  6. erotisch getinte bedrijven en prostitutie;
  7. detailhandel;
  8. horeca;
  9. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  10. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  11. parkeren in de voortuin.
6.5.3 Zeecontainers
 
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het (semi) permanent plaatsen van (zee)containers, anders dan ten behoeve van de bouwactiviteiten, waarvoor een omgevingsvergunning in de zin van Wet algemene bepalingen omgevingsvergunningen is vereist.
6.6 Afwijken van de gebruiksregels
6.6.1 Aan huis gebonden beroepen in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn
 
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonmilieu ter plaatse, de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.5.1 sub f en 6.5.2 sub c voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn, onder de volgende voorwaarden:
  1. het oppervlak van de aanwezige bebouwing gelegen achter de achtergevellijn, dat gebruikt wordt voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedraagt niet meer dan 35 m²;
  2. de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed;
  3. de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad.
6.6.2 Consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten
 
Mist geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.5.2 sub d voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, onder de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd;
  2. het vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing dat voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m²;
  3. de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed;
  4. detailhandel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit;
  5. de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad;
  6. er onstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ter plaatse;
  7. aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan.
6.6.3 Mantelzorg
 
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van omwonende en bedrijven kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.5.2 sub a, sub b en sub e voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijgebouwen bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:
  1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  2. op het perceel al een woning aanwezig is;
  3. per woning maximaal één ontheffing ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend;
  4. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is;
  5. maximaal 75 m² van hoofdgebouw en/of bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning.
6.6.4 Parkeren in de voortuin
 
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.5.2 sub k voor het gebruik van de voortuin voor parkeren, met dien verstande dat:
  1. de afstand tussen de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw en het openbaar gebied minimaal 6 meter bedraagt;
  2. het gebruik als parkeerplaats de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt.
6.7 Wijzigingsbevoegdheid
6.7.1 Wijziging bouwvlak
 
Burgemeester en wethouders kunnen de ligging van een bouwvlak wijzigen ten behoeve van een herziening van het stedenbouwkundige plan, met dien verstande dat:
  1. het aantal te bouwen wooneenheden per bouwvlak niet wordt vergroot;
  2. de milieu-invloed afkomstig van omliggende functionerende bedrijven zodanig is dat enerzijds ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en anderzijds de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden voor deze bedrijven niet in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast;
  3. de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed;
  4. er geen milieutechnische belemmeringen zijn;
  5. er geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld ter plaatse.
6.7.2 Wijziging aantal wooneenheden
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied’ het maximum toegestane aantal woningen per bouwvlak wijzigen, ten behoeve van een herziening van het stedenbouwkundige plan, met dien verstande dat:
  1. het aantal te bouwen wooneenheden in totaal niet meer bedraagt dan 20 wooneenheden;
  2. de milieu-invloed afkomstig van omliggende functionerende bedrijven zodanig is dat enerzijds ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en anderzijds de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden voor deze bedrijven niet in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast;
  3. de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed;
  4. er geen milieutechnische belemmeringen zijn;
  5. er geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld ter plaatse.