Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Brede School Maasbracht
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1641.BPL039-VG01

Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale en maatschappelijke dienstverlening, waaronder begrepen de huisvesting van 32 verpleegplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - zorgvoorziening’;
  2. wonen, met dien verstande dat
    1. binnen deze bestemming maximaal 120 gestapelde woningen mogen worden gerealiseerd, waarvan maximaal 60 woningen als reguliere woningen (niet zijnde zorgwoningen) mogen worden gerealiseerd;
    2. in aanvulling op het bepaalde onder 3.1 sub b onder 1 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - zorgvoorziening’ maximaal 30 reguliere woningen en maximaal 30 zorgwoningen mogen worden gerealiseerd.
  3. één aan de zorg gerelateerde horecagelegenheid;
  4. wegen en paden;
  5. verblijfsgebied
  6. groenvoorzieningen;
  7. speelvoorzieningen;
  8. parkeervoorzieningen;
  9. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen;
  10. voorzieningen van algemeen nut.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' een ander maximum bebouwingspercentage is aangegeven;
  3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
  4. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bouwverbod’ mogen geen gebouwen en overkappingen worden gerealiseerd.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter;
  2. de maximale bouwhoogte van (licht)masten bedraagt 8 meter;
  3. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 meter;
  4. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.
3.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen
van de bebouwing:
  1. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  3. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  4. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  5. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Bouwen buiten het bouwvlak
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1.onder a  ten behoeve het bouwen buiten het bouwvlak, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaats vindt van:
  1. het straat- en bebouwingsbeeld;
  2. de verkeerssituatie;
  3. de milieusituatie;
  4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4.2 Bouwen ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwverbod'
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 onder d ten behoeve het bouwen ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bouwverbod’, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaats vindt van:
  1.  het straat- en bebouwingsbeeld;
  2.  de verkeerssituatie;
  3.  de milieusituatie;
  4.  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  5.  bouwmogelijkheden binnen het plangebied.
3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. erotisch getinte bedrijven en prostitutie;
  2. detailhandel, met uitzondering van horecagerelateerde detailhandel;
  3. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  4. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
3.5.2 Zeecontainers
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het (semi) permanent plaatsen van (zee)containers, anders dan ten behoeve van de bouwactiviteiten, waarvoor een omgevingsvergunning in de zin van Wet algemene bepalingen omgevingsvergunningen is vereist.