Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Brede School Maasbracht
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1641.BPL039-VG01

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels

11.1 Milieuzone - Roerdalslenk 2
11.1.1 Bouwregels
 
Ter plaatse van de aanduiding ‘Milieuzone- Roerdalslenk 2’ is het niet toegestaan om:
  1. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld;
  2. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten.
11.1.2 Afwijkingen van de bouwregels
 
De in artikel 11.1.1 gestelde verboden gelden niet voor:
  1. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet;
  2. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven.
Indien er bij de werkzaamheden als bedoeld in dit artikel sprake is van een boorput, dienen de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, te worden afgedicht met klei of bentoniet.
11.1.3 Ontheffing
 
Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verboden in dit artikel.
11.2 Vrijwaringszone - Weg
11.2.1 Bouwregels
 
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - Weg' dienen de gronden in het kader van de verkeersbelangen van de rijksweg vrij gehouden te worden van bebouwing. Bouwen binnen deze aanduiding is niet toegestaan, met uitzondering van bouwwerken die worden gebouwd welke direct verband houden met mogelijke toekomstige reconstructies en/of uitbreidingen van de rijksweg, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen.
11.2.2 Afwijken van de bouwregels
 
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van het wegverkeer, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 11.2.1, voor de bouw van bouwwerken welke zijn toegelaten krachtens de onderliggende bestemming nadat de wegbeheerder terzake is gehoord.
11.2.3 Bestaande bebouwing
 
De in 11.2.2 bedoelde ontheffing wordt geacht te zijn verleend ten aanzien van bouwwerken, of een complex van bouwwerken die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel mogen worden opgericht krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde bouwvergunning.