Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: 1e herziening bestemmingsplan Bosstraat Beegden
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1641.BPL021-VG01

Artikel 4 Wonen

       
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wonen;
  2. met de daarbijbehorende
  3. tuinen en erven;
  4. parkeervoorzieningen;
  5. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen;
  6. voorzieningen van algemeen nut;
  7. groenvoorzieningen;
  8. speelvoorzieningen.
4.2 Bouwregels
    
Totale oppervlakte bouwperceel
Maximaal gezamenlijke oppervlakte
Van 1.000 m2 en meer
130 m2
  
4.2.1 Algemeen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel.
4.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. het hoofdgebouw op het bouwperceel dient te worden opgericht als vrijstaande grondgebonden woning;
  2. de voorgevel dient in dan wel evenwijdig aan tot maximaal 1 meter uit de bouwgrens, die gelegen is aan de zijde van de gevellijn, te worden opgericht;
  3. in het bouwvlak mag het aantal woningen worden opgericht zoals is aangegeven ter plaatse van de aanduiding “aantal wooneenheden”;
  4. de zijgevel van het hoofdgebouw wordt ten minste op 3 m uit de zijdelingse perceelsgrens opgericht.
  5. de maximale diepte van het hoofdgebouw bedraagt 21 m;
  6. de maximale breedte van het hoofdgebouw bedraagt 16 m;
  7. de maximale inhoud van het hoofdgebouw bedraagt 2.000 m3;
  8. de hoofdbouw wordt over een oppervlakte van ten minste 50% met een kap afgedekt, waarbij de dakhelling ten minste 20o en niet meer dan 60o bedraagt;
  9. de goot en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding maximale bouw- en goothoogte is aangegeven.
4.2.3 Bijgebouwen en opstallen
Voor het bouwen van bijgebouwen en opstallen gelden de volgende bepalingen:
  1. de maximale goothoogte bedraagt 3,50 m;
  2. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 m;
  3. de zijgevel wordt ten minste op 2 m uit de zijdelingse perceelsgrens opgericht
  4. het bebouwingspercentage van 50 % mag niet worden overschreden en zal bij het bepaalde in sub e. in acht moeten worden genomen;
  5. de maximale gezamelijke oppervlakte aan bijgebouwen en opstallen bedraagt
Totale oppervlakte bouwperceel
Maximaal gezamenlijke oppervlakte
Van 1.000 m2 en meer
130 m2
4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
  1. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 m, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 meter mag bedragen;
  2. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 m, met uitzondering van openbare verlichting en vlaggenmasten, die een maximale bouwhoogte hebben van 8 m.
4.3 Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 4.2.1 sub a voor het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens ten behoeve van de bouw van portalen, entrees en erkers, mits de oppervlakte niet meer dan 6 m² bedraagt, de hoogte maximaal 3 meter bedraagt en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Aan huis gebonden beroepen
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen in woningen, is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd;
  2. er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu;
  3. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het karakter van de woning en de woonomgeving;
  4. de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed;
  5. het oppervlak dat voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m²;
  6. de uitoefening van huis gebonden beroepen is alleen toegestaan in de tussen de voor- en achtergevellijn gelegen bebouwing.
4.4.2 Strijdig gebruik gronden en bouwwerken
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. afhankelijke woonruimte;
  2. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft;
  3. een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn;
  4. consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten;
  5. kamerbewoning;
  6. erotisch getinte bedrijven en prostitutie;
  7. detailhandel;
  8. horeca;
  9. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  10. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  11. parkeren in de voortuin op de gronden gelegen direct voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw, met uitzondering van de gronden gelegen direct voor een in het hoofdgebouw aanwezige garage.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Aan huis gebonden beroepen in gebouwen gelegen achter de acht
Aan huis gebonden beroepen in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonmilieu ter plaatse, de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 4.4.1 sub f en 4.4.2 sub c voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn, onder de volgende voorwaarden:
  1. het oppervlak van de aanwezige bebouwing gelegen achter de achtergevellijn, dat gebruikt wordt voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedraagt niet meer dan 35 m²;
  2. de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed;
  3. de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad.
4.5.2 Consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten
Mist geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 4.4.2 sub d voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, onder de volgende voorwaarden:
  1. a.de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd;
  2. b.het vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing dat voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m²;
  3. c.er wordt geen wezenlijke afbreuk gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving;
  4. d.de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed;
  5. e.detailhandel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit;
  6. f.de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad;
  7. g.er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ter plaatse;
  8. h.aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan.
4.5.3 Mantelzorg
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van omwonende en bedrijven kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 4.4.2 sub a, sub b en sub e voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijgebouwen bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:
  1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  2. op het perceel al een woning aanwezig is;
  3. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend;
  4. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is;
  5. maximaal 75 m² van hoofdgebouw en/of bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning.
4.5.4 Parkeren in de voortuin
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 4.4.2 sub k voor het gebruik van de voortuin voor parkeren, met dien verstande dat:
  1. de afstand tussen de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw en het openbaar gebied minimaal 6 meter bedraagt;
  2. het gebruik als parkeerplaats de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt.