direct naar inhoud van Artikel 6 Waarde-Archeologisch verwachtingsvol gebied
Plan: "Eerdweg 4 Beegden"
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1641.BPL012-VG02

Artikel 6 Waarde-Archeologisch verwachtingsvol gebied

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde-Archeologisch verwachtingsvol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Bouwen volgens de onderliggende bestemming

Indien op grond van de bouwregels van de onderliggende bestemming bouwwerken worden gebouwd, dan zijn deze op grond van de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologisch verwachtingsvol gebied' toegestaan, mits:

  • a. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
  • c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
      • vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
      • een bouwwerk met een oppervlakte, waarvoor in bijlage 1 van de planregels bepaald is dat voor een dergelijk bouwwerk geen rapport als bedoeld in 6.2.1 onder a vereist is, alsmede;
      • een bouwwerk met graafwerkzaamheden, waarvoor in bijlage 1 van de planregels bepaald is dat voor dergelijke graafwerkzaamheden geen rapport als bedoeld in 6.2.1 onder a vereist is en voorst zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

6.2.2 Voorwaarden aan de bouwvergunning

Indien uit het in 6.2.1 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een bouwvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden verbinden aan die bouwvergunning:

  • a. de verplichting tot het het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • c. de verplichting de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

6.3 Aanlegvergunning
6.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de gronden met een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologisch verwachtingsvol gebied', zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage waarbij de grond wordt verstoord op meer dan 30 cm onder het maaiveld en de oppervlakte meer dan 100 m² bedraagt;
  • b. het ophogen van de bodem;
  • c. het uitvoeren van hei-werkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • d. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen, parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij de grond wordt verstoord op meer dan 30 cm onder het maaiveld en de oppervlakte meer dan 100 m² bedraagt;
  • e. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • f. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • g. het aanleggen of rooien van bos, boomgaard of houtgewas waarbij stobben worden geplaatst of verwijderd op een grotere diepte dan het aantal cm, zoals bepaald in de zone van bijlage 1 van de planregels;
  • h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

6.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Het in 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  • c. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

6.3.3 Verlening aanlegvergunning

De aanlegvergunning als bedoeld in 6.3.1 wordt verleend, mits:

  • a. de aanvrager van de vergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a, door de werken of werkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de werken en werkzaamheden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
  • c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing, indien de uit te (laten) voeren werken en werkzaamheden betrekking hebben op één of meer van de volgende werken en werkzaamheden:
    • 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande werken en werkzaamheden, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de eventueel bestaande fundering;
    • 2. een werk dan wel werkzaamheid met een oppervlakte, waarvoor in bijlage 1 van de planregels bepaald is dat voor een dergelijk bouwwerk geen rapport als bedoeld in artikel 6.3.3 onder a. vereist is, alsmede
    • 3. een bouwwerk met graafwerkzaamheden, waarvoor in bijlage 1 van de planregels bepaald is dat voor een dergelijke graafwerkzaamheden geen rapport als bedoeld in artikel 6.3.3 onder a. vereist is.

6.3.4 Voorwaarden aan de aanlegvergunning

Indien uit het in 6.3.3 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de aanlegvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden verbinden aan de aanlegvergunning:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • c. de verplichting de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.